Bevoegdheden lokale overheid

Een gemeente vraagt zich best steeds af of het nodig is bijkomende regels op te leggen. Ze beschikt immers al over een brede waaier aan wettelijke mogelijkheden om onveilige situaties aan te pakken. De bevoegdheden van een lokaal bestuur vind je hieronder.

Locatie of zaal

  • Gelegenheidsslijterij - schenken van dranken

    Voor het schenken van gegiste dranken – bier, wijn, porto, sherry en martini –  hoef je nooit een vergunning aan te vragen. Aan de opening van vaste of reizende slijterijen (zoals een permanente zaal of jeugdhuis) blijven wel voorwaarden rond moraliteit en hygiëne verbonden, die de gemeente zal controleren.

    Voor gelegenheidsslijterijen zoals ocaasionele fuiven en concerten zijn er geen expliciete voorwaarden voorzien in de wet. Gemeentelijke overheden kunnen zelf beslissen in hoeverre zij de morele voorwaarden nagaan van een organisator van een gelegenheidsslijterij. Dat zijn ze dus niet verplicht. Meer zelfs, de federale overheid hoopt dat de gemeenten niet te veel nieuwe voorwaarden opleggen aan organisatoren. Men wil immers de administratieve overlast bij het organiseren van muziekevenementen zoveel mogelijk laten verdwijnen.

    Meer informatie kan je terugvinden in de publicatie ‘Drankvergunningen’ van de VVSG.

  • Brandweernormen en –attest

    De eindverantwoordelijkheid voor de brandveiligheid ligt bij de burgemeester, op basis van de artikelen 133 en 135 paragraaf 2, 5° in de Nieuwe Gemeentewet en de federale wetgeving. Diezelfde artikelen stellen dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om onder meer (brand)onveilige gebouwen te sluiten in geval van hoogdringendheid, ook zonder voorafgaand reglement. De burgemeester kan ook de opening van een inrichting tegenhouden als die niet over de (verplichte) verzekering objectieve aansprakelijkheid beschikt.

    De gemeenteraad kan verordeningen inzake preventie van brand en ontploffingen uitvaardigen. Die mogen wel niet in strijd zijn met de federale brandveiligheidsnormen of met andere regelgeving (artikel 4, wet van 30 juli 1979).

Geluid en overlast

  • Uitzondering op de geluidsnormen

    Het college van burgemeester en schepenen heeft vanuit het Vlaams Reglement betreffende Milieuvergunning (VLAREM) de bevoegdheid om uitzonderingen toe te staan op de geluidsnormen. Bij muziekactiviteiten in tenten, in de openlucht of in zalen die niet-ingedeeld zijn, zal de organisator zich steeds tot de gemeente moeten richten voor een vergunning. Anders mag het gemiddelde geluidsniveau niet hoger zijn dan 85 decibel, gemeten over vijftien minuten. Een muziekactiviteit waarvoor geen uitzondering werd aangevraagd en die over de geluidslimiet gaat, moet verplicht worden stilgelegd door de burgemeester (Het Hof van Beroep, Antwerpen, 31 mei 2001).

  • Sluiting bij regelmatige overlast

    Een gemeente heeft volgens de Nieuwe Gemeentewet (Artikelen 134Ter en 134quater) de bevoegdheid om een gelegenheid waarrond regelmatig overlast is tijdelijk te sluiten en dat voor een duur van maximaal drie maanden.

Sluitingsuur

Via het politiereglement kan de gemeente een sluitingsuur opleggen. Het sluitingsuur is het uur waarop openbare drankgelegenheden zoals cafés, danszalen, zalen waarin voor iedereen toegankelijke fuiven plaatsvinden … de deuren moeten sluiten. Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen weeknachten en weekendnachten, zodat openbare drankgelegenheden in het weekend langer kunnen openblijven dan tijdens de week.

De controle op het sluitingsuur behoort tot de bevoegdheid van de politie. Zij kan na het sluitingsuur alle klanten uit de openbare drankgelegenheid verwijderen en ook een proces-verbaal opstellen.

Wanneer is een sluitingsuur niet van toepassing?

  • Bij een privé-feest waar enkel genodigden zijn toegelaten.
  • In een ingedeelde inrichting, die met andere woorden bedoeld en vergund is om te feesten, is het de milieuvergunning die de voorwaarden vastlegt. Als daarin niets werd bepaald, moet de inrichting volgens het VLAREM gesloten zijn tussen 3 en 7 uur, uitgezonderd op zon- en feestdagen. Het sluitingsuur dat via een politiereglement werd ingevoerd, geldt met andere woorden niet voor vergunde zalen (melding klasse 3 of vergunning klasse 2). Een politiereglement kan nooit ingrijpen op de bepalingen die in de milieuvergunning of in hogere wetgeving vermeld staan.

Private veiligheid

Een (niet-commerciële) organisatie die vrijwilligers wil inzetten voor een bewakingsactiviteit moet daar toestemming voor vragen aan de burgemeester via een aanvraagformulier van de politie. Die kan, na het maken van een veiligheidsanalyse, ook beslissen dat de inzet van een erkende bewakingsdienst noodzakelijk is.

Leeftijd bezoekers

Artikel 1 van de wet van 15 juli 1960 op de zedelijke bescherming van de jeugd bepaalt dat een jongere onder de 16 jaar geen danszaal mag betreden zonder begeleiding van een volwassene. Dat verbod is echter niet absoluut. Artikel 1, 3° bepaalt dat iedere jongere, ongeacht zijn of leeftijd, toegang heeft tot bals die zonder winstgevend doel zijn ingericht, zoals het bal van de burgemeester, het schoolbal en bals of fuiven van verenigingen. Min 16-jarigen zijn dus wel op een fuif toegelaten als die niet uit handelsgeest is opgezet.

Of een fuif een handelskarakter heeft of niet, bepaalt de rechtbank. De gemeente kan alleszins niemand verplichten om min 16-jarigen te weigeren op een fuif of dansfeest.. Mensen weigeren op basis van hun leeftijd is discriminatie.

Een algemeen verbod om min 16-jarigen te weigeren kan enkel een tijdelijke maatregel zijn en moet voldoende gemotiveerd zijn. Dat kan bijvoorbeeld als een evenement het jaar ervoor compleet is ontspoord en 15-jarigen werden afgevoerd met een alcoholintoxicatie.

Sterkedrankvergunning

De verantwoordelijkheid voor een (sterke)drankvergunning bij een occasioneel evenement ligt bij de gemeente. Die beslist of en onder welke vorm ze zo’n vergunning aflevert.

Toelating

De gemeente kan enkel voor evenementen in openlucht (op of aan openbare wegen) zonder meer een vergunningenstelsel in het leven roepen. Voor vertoningen geldt artikel 130 van de Nieuwe Gemeentewet. Voor andere evenementen kan een beroep gedaan worden op artikelen 119 en 133, tweede lid van diezelfde wet.

Voor evenementen die niet op openbare wegen en/of pleinen georganiseerd worden, beschikt de gemeente echter over weinig speelruimte om dergelijk stelsel te organiseren. Dat wordt gezien als preventieve maatregelen en daar verzetten de vrijheden in onze grondwet zich tegen. Organisatoren verplichten om toestemming te vragen voor een evenement in een besloten ruimte kan daarom niet.

Voor vertoningen geldt een principieel verbod van preventieve maatregelen. Niet-publieke evenementen kunnen slechts heel uitzonderlijk verboden worden.

Ook voor andere evenementen is er zelden ruimte om een systeem van toelatingen te creëren. Meestal zal er een verbod op preventieve maatregelen gelden als gevolg van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en/of eredienst. Slechts voor de evenementen die niet onder de bescherming van een van deze vrijheden vallen, kan de gemeente desgewenst preventief optreden als zij haar bevoegdheid kan terugbrengen tot artikelen 119 en 133, tweede lid, van de Nieuwe Gemeentewet. 

In het kader van de openbare orde kan er dus voor openbare vergaderingen in gesloten ruimten geen voorafgaandelijke vergunning worden opgelegd. De gemeente kan enkel eisen dat die vergaderingen vreedzaam en ongewapend verlopen.

Een gemeentebestuur mag geen misbruik maken van het recht. In het kader van haar opdracht om de orde te handhaven kan een gemeentebestuur dus geen structurele preventieve maatregelen nemen die grondwettelijke vrijheden beperken.

Melding

Meldingsplicht wordt gezien als een louter sturende maatregel die slechts de ordelijke uitoefening van rechten en vrijheden tot voorwerp heeft zonder die zelf aan te tasten. (De Staercke, ‘Evenementen toegankelijk voor publiek en onderworpen aan vergunningen. Welke ruimte hebben onze gemeenten?’, Nieuwsbrief VSGB 2003/01, 4-9)

Een gemeente kan daarom wel vragen dat organisatoren hun evenement melden. Het niet-melden kan geen aanleiding zijn om het evenement stil te leggen of om sancties op te leggen. Als de lokale overheid bij die melding dingen vraagt aan de organisator die niets met de openbare orde te maken hebben, is de organisator nooit verplicht die informatie te geven.

Een gemeente let er ook best op dat deze melding niet leidt tot regeldrift. Kleinschalige ingedeelde inrichtingen (klasse 3 en klasse 2) zijn immers gemeld. Zie geluidsnormen. Melding kan dan logisch zijn als een occasionele organisator iets organiseert in deze locatie(s).

Bevoegdheden van de politie

De burgemeester vraagt het nemen van beslissingen steeds advies aan de politie. Die heeft vóór het evenement geen enkele bevoegdheid en mag dus bijvoorbeeld geen vergunningen afleveren.

De bevoegdheden van de politie beperken zich enkel tot het moment waarop het evenement plaatsvindt. Zij kan:

  • Autonoom beslissen om samenscholingen uiteen te drijven, bijvoorbeeld om misdaden te voorkomen.
  • Fouilles doen en voertuigen doorzoeken.
  • Identiteitscontroles doen als er een vermoeden is van een strafbaar feit.
  • Overgaan tot bestuurlijke inbeslagname van goederen. Bij geluidsoverlast door muziek kan de politie bijvoorbeeld de geluidsinstallatie in beslag nemen als de organisator meermaals heeft geweigerd om de bevelen van de politie op te volgen.

Bevoegdheden van de lokale overheid zijn beperkt

Artikel 135§2 van de Nieuwe Gemeentewet stelt dat de gemeenten slechts bevoegd zijn voor zover de aangelegenheid in kwestie niet buiten hun bevoegdheid is gehouden. Tevens mogen de politiereglementen van de gemeenteraad niet in strijd zijn met de regelgeving van hogere overheden, bijvoorbeeld de provincies of de federale overheid. Voor domeinen waarvoor zij al sluitende reglementering hebben uitgevaardigd, mag de gemeenteraad geen politiereglementen uitvaardigen.

  • Beeld Nikki Lucy