Communicatieplan opstellen voor je evenement
in
Communicatie is een van de belangrijkste onderdelen van je evenement. Denk aan offline kanalen zoals affiches, reclameborden en flyers, maar ook aan sociale media zoals Instagram, Facebook en Tik Tok. Met zoveel kanalen naast elkaar verlies je snel het overzicht. Daarom stel je best een communicatieplan op: zo weet je precies wie je wil bereiken, wat je wil vertellen en via welk kanaal.
Wat staat er in een goed communicatieplan?
Een communicatieplan kan beknopt of erg uitgebreid zijn, maar bevat altijd een aantal vaste onderdelen. Met de vragen hieronder vind je stap voor stap de meest geschikte vorm van communicatie voor jouw evenement:
Het doel: wat wil je bereiken?
Je kan één doel bepalen, maar je stelt er beter meerdere op voor de verschillende doelgroepen die je wil bereiken. Je kan je doelen bepalen met de SMART-methode. Een doel is dan:
- Specifiek: je kan het eenduidig uitleggen.
- Meetbaar: je kan achteraf meten of het doel behaald is.
- Actiegericht: je kan er één of meerdere activiteiten aan vasthangen.
- Realistisch: je kan er zeker van zijn dat je doel haalbaar is.
- Tijdsgebonden: je kan een begin- en een eindpunt vastleggen.
Stel dat je een fuif wil organiseren en je het doel hebt om zeker 50 bezoekers aan te trekken, dan kan je dit schema als volgt toepassen:
Specifiek: je kan het eenduidig uitleggen. Bijvoorbeeld: “We willen 50 bezoekers op onze eerste fuif”, niet gewoon “we willen veel volk.”
Meetbaar: je kan achteraf meten of het doel behaald is. Bijvoorbeeld via het aantal verkochte tickets of het aantal ‘ik ga’-klikken op je Facebookevenement.
Actiegericht: je kan er één of meerdere activiteiten aan vasthangen. Bijvoorbeeld: flyers uitdelen op school, een Instagrampost per week, of vrienden vragen om te delen.
Realistisch: je kan er zeker van zijn dat je doel haalbaar is. Kijk naar je zaal (past er 50 volk in?), je netwerk en je tijd om te promoten.
Tijdsgebonden: je kan een begin- en een eindpunt vastleggen. Bijvoorbeeld: “een week voor de fuif hebben we al 30 tickets verkocht.”
De doelgroep: wie wil je bereiken?
Voor je start met communiceren, vraag je jezelf af: wie wil ik bereiken met mijn evenement? Organiseer je een fuif voor jongeren uit je buurt? Dan communiceer je waarschijnlijk anders dan wanneer je een muziekevenement organiseert voor een ouder publiek.
De boodschap: wat wil je vertellen?
Bepaal voor elke doelgroep één duidelijke boodschap. Probeer niet alles tegelijk te zeggen: kies wat het belangrijkste is voor die groep.
Tip:
Hou ook rekening met wie er nog meer meeleest. Je boodschap bereikt niet alleen je doelgroep, maar ook andere mensen. Je communiceert dus niet enkel over je evenement, maar ook over jou als organisator.
Tip:
Zorg dat je kernboodschap overal hetzelfde blijft: op je affiches, op sociale media en in je nieuwsbrief. Zo herkent je publiek je meteen, op welk kanaal ze je ook tegenkomen.
Het kanaal: met welke middelen wil je dat vertellen?
Op welke kanalen is jouw doelgroep actief? Waar kan je jouw doelgroep het beste bereiken? Aan de hand van deze vragen kies je de meest geschikte kanalen om met je publiek te communiceren over je event.
Daarbij kan je kiezen tussen Online-communicatie: sociale en online media en Offline-communicatie: papieren drukwerk.
Tip:
Denk na over wat je doelgroep interessant vindt en bekijk welke van deze communicatie- en reclamemiddelen middelen het meest geschikt zijn om jouw evenement te promoten.
Hoe zit het met planning, timing en geldzaken?
Het uitvoeren en opstellen van een succesvol communicatieplan houdt rekening met een aantal belangrijke puntjes die je zeker niet mag vergeten:
Hoe weet ik of ik ben geslaagd in mijn communicatie?
- Bij het maken van een planning zal je waarschijnlijk een evaluatie inplannen na je evenement. Vergeet dan zeker ook niet terug te kijken op de communicatie. Heb je je doelstellingen behaald? Wat ging er goed? Wat liep minder goed?
- Stel met de input uit je evaluatie het communicatieplan voor je volgende evenement bij. Zo kan je in de toekomst (nog) beter communiceren.